Twee ezels (Michiel Hendryckx)

november 6, 2010 at 12:21 pm (Boekencitaten, Vlaamse auteurs) (, )

Elf jaar hebben we op en in elkaars huid geleefd. Er is geen centimeter van onze lichamen die we niet likten en kusten. Zowat alles wat een vrouw en een man met elkaar kunnen uitspoken, speelden we. Maar zwijgen is nu moeizamer dan spreken. Het is sterker dan alles, ik moet je schrijven. Mag ik geen heimwee hebben naar een vrouw met wie ik nooit meer zou willen leven?

Reizen is als op bezoek gaan bij iemand. De reiziger is de gast. Het reizen heeft zijn eigen codes en beleefdheidsformules die de reiziger van de toerist onderscheiden. Een reiziger is discreet aanwezig, terughoudend, geïnteresseerd en verwonderd.

Hij heeft veel moeite gedaan om dit land te begrijpen. Hij ziet het van binnenuit met de ogen van een verliefde bezoeker. … “Teruggaan naar België is zeer moeilijk. België is zo kneuterig. De mensen zitten er soms jaren met opgekropte gevoelens. Ik ben niet het religieuze type en in België ben ik nooit onder de indruk geweest van de kerk, veel te koud, te veel drempels. De Grieks-orthodoxe kerk is klein, warm, tussen de mensen. Het is niet van hier de kerk en daar het leven, het is een geheel.

Advertenties

Permalink Geef een reactie

Kleine dagen (Bernard Dewulf)

augustus 12, 2010 at 11:39 am (Boekencitaten, Vlaamse auteurs)

Dát. Die verdwijning. Van de verwondering. Een virus onder ondraaglijk zorgdragende volwassenen. Na de adolescentie, na de conceptie, na de barensweeën ziet dat nooit meer een bries in een berk. Fluit nooit meer op een macaroni. Snijdt een rijpe peer middendoor zonder een spoor van herkenning.

Verkrampt in een prozaïsche werkelijkheid.

Hoe gebeurt dit? Al jaren vraag ik me dat af. Wat is het dat onze verwondering diep in de doofpot van onze stijgende dagen stopt? Waarom worden zoveel mama’s en papa’s frigide voor het wonder?

Bureaucraten van de dagen.

Overal zie ik het gebeuren, die onrustwekkende verdwijning, en steeds meer denk ik dat het luiheid is. Gemakzucht.

En alsof ze het weten, schieten ze in een levenslange kramp van dagelijkse drukdoenerij, in een razernij van functionaliteit, in een belachelijke ernst, in een verbeten verantwoordelijkheid, met een muggengaas van onaantastbaarheid om zich heen – om toch maar niet meer gestoken te worden door de gevaarlijke wesp van de verwondering.

Permalink Geef een reactie

Kleine dagen (Bernard Dewulf)

augustus 12, 2010 at 11:22 am (Boekencitaten, Vlaamse auteurs)

Hoe schrijf ik het uit mijn hoogte nog op. Zo volkomen zit zij, suikerspin van licht en kindertijd. Vertelt zichzelf nog aan zichzelf, schrijft met één haar op haar knie aan de enige eeuwigheid die ons bezoekt.

Razendsnel haalt hij mij in. Mijn verval is zijn bloei. Ooit moet ook ik in zo’n gave camouflage hebben gewoond: een soort engel tussen jongen en man. Nog geen gram vergankelijkheid te zien. Een vel als sneeuw zonder de kattenpoten van de jaren. Waar de zwaartekracht nog tevergeefs aan trekt.

En hoe ik naar zijn punten kijk: terwijl ik tuimel in de tijd. Hoe hij voor me staat in mijn vrees en vlees van toen. Hoe ik nu de vader speel, hoe ik nu de vader naspeel. Hoe ik tegelijk hem én mij ben. Hoe wij bij elkaar staan om een rapport als vertrouwde en vreemde afspraken.

Permalink Geef een reactie

Kleine dagen (Bernard Dewulf)

augustus 12, 2010 at 11:13 am (Boekencitaten, Vlaamse auteurs)

Het zat al in het eerste licht van de feestdag. Dat het zo’n dag zou worden. Sommige van de scherpste herinneringen zijn aan de onscherpte van zulke dagen. Dagen dat we draaiden in de dagen. Hangerig. Uitzichtloos. …

Amper had zij de slaap uit haar oogjes gewreven of ze zei: ik verveel me. Ik zei: schat, het is Hemelvaartsdag. Dat begreep ze niet helemaal. Het is ook niet uit te leggen. Zeg ‘Hemelvaartsdag’ en iets gaapt. Iets eeuwig landerigs ontwaakt. Elk seizoen heeft hemelvaartsdagen. …

Maar verveling is als een muggensteek. Je weet dat hij overgaat en krabt je toch kapot. Je krabt aan een onbepaalde droefenis, die op hemelvaartsdagen als een requiem over het ontbijt hangt.

Permalink Geef een reactie

Kleine dagen (Bernard Dewulf)

augustus 12, 2010 at 11:07 am (Boekencitaten, Vlaamse auteurs)

Nog jaren zal het duren. Eerder zullen ze de wetten van de fysica beheersen dan die van het fatsoen. Misschien omdat fatsoen nog meer fictie is. Leg maar eens de fabel van de fooi uit, de parabel van ‘goeiemorgen’. Het sprookje van de samenleving. Roodkapje en zes miljard wolven.

Een kille zaterdag in de herfst van het Westen.

‘Hier was een speelplek.’ Volgebouwde grasveldjes met fantoompijn. Verkavelde ondergrond waaruit vrolijke spookgeluiden komen. Waar is de tijd dat beton nog ongewapend was. In die veranderde ruimte doen huidige ouders het nu in hun broek. … Hoe is het ooit zover gekomen? Een complot van Playstation en Google, wie weet. Vooral: wat spelen wij hardnekkig en doodsbang de binnenhuisarchitecten van hun geluk. Wat vrezen wij hun straatbeeld, wat slijpen wij de klok rond diamanten.

Permalink Geef een reactie

Kleine dagen (Bernard Dewulf)

augustus 12, 2010 at 10:21 am (Boekencitaten, Vlaamse auteurs)

Leg het maar eens uit. Ook in het ruisen van de bomen zit, als een doffe backing vocal, een vreemd geluid. … Ligt hier nog iemand in het zingende gras, languit in de schoonste jaren van zijn leven, te luisteren naar de tijd? Want hij is hier. Onmiskenbaar. Het liefst komt hij opdagen als wij joelen in zomerige parkavonden. … Hoe hij veinst stil te staan – een valse surplace in liefelijk licht – en intussen, achter onze nog sterke rug, zich de ziel uit zijn lijf loopt. Spurtend als een spook door het park. Moeiteloos de zwetende joggers voorbij. En warend om de picknickers.

Ziet er nog iemand hem zelfs in de beentjes klimmen van die kleine klimmers in de stokoude boom?

Het was zomeravond in het park. Grote mensen en kinderen bijeen. Wij dronken en aten, spraken en speelden. En meestal waren wij gelukkig nietsvermoedend – over dat rennnende, grijnzende spook om ons heen.

Permalink Geef een reactie

Reus VII

september 9, 2008 at 12:16 pm (Vlaamse auteurs)

De zon brandde woedend toen we tot stilstand kwamen en onder horizontale handen naar haar opkeken.

Ze (Kim) knikte en keek naar mij alsof ze een bang kind wilde kalmeren. ‘Natuurlijk horen wij bij elkaar’, zei ze zacht. ‘Ga dan met me mee.’ ‘Blijf dan bij me.’

Permalink Geef een reactie

Reus VI

september 8, 2008 at 12:08 pm (Vlaamse auteurs)

Mijn vrienden gedroegen zich elk jaar meer als verre familieleden. Het maakte me niet zolang ze talrijk waren. Die avond zaten ze in onze eetkamer aan tafel. Sommigen met nieuwe partners, de meesten met minder energie.

Ik kon heel goed voelen hoe hij mij niet aanraakte. Dat kwam omdat hij thuis ook nooit veel affectie had gekregen en nooit geleerd had hoe hij moest troosten. Tijdens mijn meest lucide momenten wenste ik hem naar de hel.

Ik hou van mijn zus, F. … Haar stem en bewegingen zitten opgeslagen in al mijn bewustzijnsniveaus. In mijn zintuigen. In mijn DNA.

Permalink Geef een reactie

Reus V

september 6, 2008 at 11:54 am (Vlaamse auteurs)

Zacht kuste ik Wim. Zonder aan hem te denken. ‘Wij zullen altijd zo blijven’, zei hij. Als ik heel hard probeerde, kon ik het soms nog geloven. Ik spreidde mijn armen, daarna mijn benen.

Toen zei mijn Wim: ‘Laten we samen een nieuwe kleerkast kopen.’ Ik staarde hem lang aan. ‘Samen?’ ‘Ja,’ zei hij, ‘samen’. ‘Ik koop mijn kleerkasten zelf.’ ‘Maar we kunnen er toch een delen?’ ‘Nee.’… ‘Luister, Wim, wilde ik zeggen, ik wil elke dag minstens één keer dood, ik kan toch zeker niet zomaar samen wat kleerkasten kopen. Dat moet je toch begrijpen?’ Ik dacht het alleen.

Ik was een plofkoffer. Een bom bestemd voor middelgrote aanslagen. Nadat ik dienst had gedaan, was de schade prominent aanwezig maar vrij overzichtelijk. Mijn overblijfselen waren klaar voor het schroot.

Ze (Kim) had een geheim verklapt dat ons meer op elkaar deed lijken. Ik probeerde me te concentreren op de nieuwe verbondenheid, maar voelde een vage verwijdering. Ik hield van niemand zoals van haar en ik kende haar niet meer. Veel eenzamer kon ik niet worden.

Permalink Geef een reactie

Reus IV

september 4, 2008 at 11:49 am (Vlaamse auteurs)

Ik schudde mijn hoofd en had geen zin om te antwoorden dat dat het verkeerd is om de dingen te proberen over te doen, om iets op dezelfde manier te willen beleven. Ik wist trouwens niet of dat zo was. Misschien kwam het er wel op aan leuke dingen zo vaak mogelijk, al was het dan krampachtig, te herhalen en zou het geluk dan inderdaad niet in het resultaat maar in de weg erheen liggen. Het bleef hoe dan ook onzinnig klinken. Geluk in het algemeen eigenlijk.

Permalink Geef een reactie

Next page »